over ons
 aanmelden nieuwsbrief

In 2000 richtte Eelco Fortuijn Fairfood op, een organisatie die ijvert voor voedselzekerheid voor iedereen. Maar waarom? Wat dreef de succesvolle bedrijfskundige consultant om te stoppen met zijn baan en zich in te zetten voor een eerlijke wereld? En hoezo ging hij zich bezig houden met de honger in de wereld en niet met bijvoorbeeld straatkinderen in Cambodja? Een gesprek over rijke baarmoeders, armoede en pindakaasfabrieken in Senegal.

 

Waar komt het idee voor Fairfood vandaan?

Eind jaren negentig reisde ik als bedrijfskundig consultant door landen als India, Bolivia, Honduras en vele West-Afrikaanse landen. In naam van een bedrijf zocht ik naar goede handelsproducten. Ik was op zoek naar goede business opportunities voor importeurs. Voor mijn werk dook ik dus diep in de voedselketens en zag toen teveel ellende. Dat zette me aan het denken: waarom gaat de theorie (handel is goed tegen armoede) in de praktijk vaak niet op? Naast werk als bedrijfskundig consultant werkte ik ook als adviseur voor ontwikkelingsprojecten. Ik was betrokken bij het advies over het slaan van waterputten en het oprichten van schooltjes en zo. Tijdens dit werk zag ik dat de donoren die geld beschikbaar stellen voor dit soort projecten vaak niet luisterden naar de mensen in de omgeving. Wat de gebruikers van de waterput of school graag binnen dit project gerealiseerd zagen worden. De waterput of school moest zo worden gebouwd zoals de gelddonor het in zijn hoofd had. En ja, zo werkt het dus niet. Je moet holistisch en structureel naar een probleem kijken.

 

Het idee voor Fairfood komt dus voort uit een gevoel dat de wereld nodeloos oneerlijk in elkaar zit. Hoe kom je aan dat gevoel, dat gevoel van verantwoording?

Geen idee. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Van mijn ouders? Van God? Het is er gewoon. Ik heb het al sinds mijn zesde. Vriendjes keken me soms wel wat raar aan maar ze accepteerden me wel.

 

De maffe verdeling tussen rijk en arm heeft me altijd geïntrigeerd. Waarom kom ik uit een rijke baarmoeder? Voortdurend geniet ik van vrijheden zoals kiesrecht waar anderen eeuwen geleden voor hebben gevochten. Ik wil ook iets doen.

Strijden tegen de oneerlijkheid in de wereld, zit blijkbaar in je genen. Maar waarom zet je je juist in voor de honger in de wereld en niet voor iets anders, bijvoorbeeld de straatkinderen in Cambodja?

Per dag sterven zo'n 25.000 mensen door honger, dat is meer dan aan aids, malaria en tbc bij elkaar. Daarnaast heb ik zowel van een directeur van een vluchtelingenkamp in Ethiopië als van mijn opa gehoord, dat honger hebben het ergste is wat hen ooit is overkomen.

 

In 1998 liep ik stage in Ethiopië. Daar vertelde de directeur van het vluchtelingenkamp dat hij jarenlang in de gevangenis had gezeten. Elke dag werden er op de bonnefooi tientallen mensen uitgekozen voor executie. Dit was voor het regime de oplossing om het probleem van de overvolle cellen op te lossen. Toch was voor hem niet de dagelijkse angst om te worden geëxecuteerd de grootste angst, maar het voortdurende knagende gevoel in zijn maag.

 

Ook mijn opa vertelde dat honger hebben het allerergste is wat hij in zijn leven heeft mee gemaakt. Hij heeft de hongerwinter in de tweede wereldoorlog meegemaakt. Deze verhalen hebben enorme indruk op me gemaakt.

 

Veel faire producten zijn relatief duur en de meerderheid van de mensen heeft toch liever die nieuwste auto of die snelle boot dan dat ze zich inzetten tegen de honger in de wereld. Zijn eerlijke producten niet iets voor elite?

Dat is niet waar. Wij promoten geen kleine dure niche producten maar wij vergelijken A merken onderling op hun eerlijkheid. Als de ene koffie net iets duurzamer is dan de andere koffie, koop dan de koffie die het eerlijkst is. Je betaalt zo niet meer maar je draagt wel bij aan de duurzaamheid in de wereld. Wat je zal zien is dat A merken onderling gaan concurreren om de eerlijkste te zijn.

We scannen producten elk jaar opnieuw en de resultaten zijn op Fairfood.org te lezen.

 

Stel pindakaasmerk P wordt eerlijker dan pindakaasmerk O en richt een pindakaasfabriek op in een ontwikkelingsland opdat kapitaal in eigen land blijft. Dan verdwijnen er toch banen in Nederland?

Nee, dat is weer zo’n mythe. Ontwikkelingslanden snoepen onze banen niet af. Stel dat je in Senegal een pindakaasfabriek opzet, dan ontstaat daar een middenklasse. Die middenklasse wil nieuwe producten kopen, bijvoorbeeld mobiele telefoonnetwerken en die kopen ze dan weer bij ons.

 

Klik hier om het integrale interview te bekijken als pdf-document.