producten
 aanmelden nieuwsbrief

keten

 

Ontwikkelingsland – boerderij / plantage
Het sojagewas groeit in een warm en vochtig klimaat. Sojabonen groeien in peulen die 150 à 200 dagen aan de sojaplant hangen. Het merendeel van het sojagewas voor de export wordt op grote plantages verbouwd van gemiddeld 1000 ha. Hoewel soja oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië komt, liggen de meeste sojaplantages tegenwoordig in Brazilië, Argentinië en andere Zuid-Amerikaanse landen.


Ontwikkelingsland - verwerking en export
De sojabonen worden zowel verwerkt als onverwerkt vanuit het productieland naar het Westen geëxporteerd. Bij de verwerking wordt het sojaschroot van de sojaolie gescheiden. Dit doet men door de bonen te crushen, oftewel te vermalen. In Nederland staan twee crushfabrieken die per dag 4000 à 6500 ton soja verwerken. Het schroot wordt gebruikt voor veevoer en de olie voor voedingsmiddelen, non-food producten (waaronder kaarsen) en biobrandstof.

 
Westen – import en verwerking
Nederland is na China de grootste soja-importeur ter wereld. De sojabonen, het schroot en de olie die Nederland importeert worden verwerkt of direct verder verhandeld. Het transport naar Europa gebeurt per boot. Nederland heeft een omvangrijke veestapel en gebruikt dus veel soja voor het maken van veevoer. Een deel van het veevoer wordt vervolgens geëxporteerd.

 
Westen – detailhandel
Soja zit in 60% van de supermarktproducten. Als er ‘plantaardige olie’ op de verpakking staat is de kans groot dat er sojaolie in zit.

 

problemen


Moderne Slavernij
Er is sprake van ‘moderne’ slavernij in de sojasector. Bij moderne slavernij halen grote plantages voornamelijk jonge mannen over om op de plantage te komen werken. Er wordt werk met goed salaris beloofd. De kosten voor het transport wordt op hun salaris ingehouden. Als ze niet gelijk aan het werk kunnen worden ook kosten van onderdak en maaltijden ingehouden. Arbeiders bouwen hierdoor grote schuld op. Slaven in de Braziliaanse sojasector houden zich voornamelijk bezig met de preparatie van sojaplantages. Zij werken in mindere mate op de boerderij of plantage zelf. Zij doen zwaar werk als het verwijderen van boomstronken bij de ontbossing. Ook worden ze ingezet bij het verspreiden van pesticiden. Volgens het Committee for the Prevention of Torture (CPT) is in 2005 de slavernij in Brazilië zestien keer toegenomen ten opzichte van 1997. Volgens de Nederlandse Soja Coalitie is dit slechts de top van de ijsberg. Er zijn volgens deze organisatie vele gevallen van slavernij niet bekend.


Werkomstandigheden
Arbeiders die zich met het ontbossen bezig houden hebben geen goede werkomstandigheden. Zij hebben geen sanitaire voorzieningen en stromend water in hun huis. Bij het werken met chemische middelen dragen zij geen beschermende kleding. Volgens Greenpeace zijn hierdoor in Zuid-Amerika jaarlijks 300.000 gevallen bekend van vergiftigde arbeiders. Dit is niet alleen in de sojasector maar in de hele Zuid-Amerikaanse landbouwector.


Dominerende marktleiders
Er zijn vier grote bedrijven in het verwerken en verhandelen van soja. ADM, Bunge, Cargill and Dreyfus domineren gezamenlijk 49% van de markt. Deze bedrijven worden er veelal van beschuldigd zich niet te houden aan lokale wetten en het misbruiken van hun macht. Zo werd er bijvoorbeeld illegaal een verschepingsfaciliteit aangelegd in de Amazonen. Greenpeace klaagde het bedrijf dat verantwoordelijk was hiervoor aan.


Minimaal marktaandeel voor boeren
In Zuid-Amerika komen door de schaalvergroting de belangen van kleinere boeren in het gedrang. Kleine boeren werden gedwongen hun land te verlaten en/of worden uitgekocht door boeren die op grotere schaal produceren. Boeren waarvan het land afgenomen is of hun land hebben verkocht verhuizen naar de stad om daar werk te zoeken. In de stad is echter weinig werk voor de ongeschoolde boeren.


Eigendomsrecht productiegrond
Bij de uitbreiding van de sojaproductie is nieuw land nodig. Niet al het reeds bestaande land is officieel geregistreerd. Er ontstaan vele conflicten wanneer producenten land kopen waarop lokale mensen al wonen en produceren. Zodra mensen ergens meer dan vijf jaar wonen, krijgen zij het eigendomsrecht. Zo komt het voor dat twee partijen gelijktijdig rechtmatige eigenaar zijn. Conflicten komen vooral voor tussen grote producenten en kleine boeren. Op grote schaal worden bevoegdheidspapieren vervalst. Soms zelfs in samenwerking met lokale overheden. In 2005 zijn conflicten als deze gestegen met 10% vanaf 1997. De overheid schiet tekort in een goed controlesysteem.


Natuur en milieu
Bij de besproeiing van het land met behulp van vliegtuigen komen de chemische bestrijdingsmiddelen niet altijd alleen op het land van de sojaproducent. Soms tast dit ook omliggende gebieden aan. De pesticiden komen op de groente en fruitakkers, in rivieren en in de bossen. Er zijn gevallen bekend van dorpelingen die besmet zijn en last hebben van diarree, duizeligheid en huid- en oogallergieën. Kippen, paarden en ander vee van omliggende boeren die teveel pesticiden binnenkrijgen kunnen ziek worden.


Monocultuur
Doordat soja als monocultuur verbouwd wordt kan uitputting van de grond en erosie het gevolg zijn. Erosie gebeurt vooral bij zandgrond waarbij de vruchtbaarheid afneemt. Erosie ontstaat ook aan de oevers van rivieren. Er is een verbod op bomen kappen binnen 50 à 100 meter van een rivier. Hier houden niet alle sojaproducenten zich echter aan. Er stroomt hierdoor zand in de rivier waardoor de oever van vorm verandert en het water modderig wordt, terwijl veel inheemse mensen gebruik maken van de rivieren om water uit te tappen en in te vissen.


Ontbossing en verlies aan biodiversiteit
Door de toenemende vraag uit het Westen, China en India is er meer behoefte aan productiegebieden voor soja. Dit stimuleert de ontbossing en daarmee het verlies aan biodiversiteit. In Zuid-Amerika is de ontbossing twee keer zo groot als het gemiddelde van de wereld. Elk jaar verdwijnt 3,7 miljoen hectare aan bos in Argentinië, Bolivia, Brazilië en Paraguay. Dit is ongeveer ter grootte van de oppervlakte van Nederland. Het is moeilijk te bepalen of de ontbossing werkelijk door soja komt. Er groeien naast soja andere gewassen zoals maïs.


Invoerrechten
Hoe meer de grondstof soja is verwerkt tot een product, hoe hoger het invoertarief in de EU. Westerse bedrijven willen de sojaboon het liefst in onbewerkte vorm inkopen. Zo kunnen ze zelf winst maken op de producten waarin de sojabonen zijn verwerkt. Door een invoertarief te hanteren, verhoogt de EU de drempel voor bedrijven producten EU landen in te voeren. Voor onbewerkte soja (zowel olie als schroot) hoeft geen invoertarief betaald te worden. Het invoertarief voor sojaproducten ligt tussen 3,2% en 9,6%.

successen

 

Basel soja
Een goede ontwikkeling is de komst van Basel soja. Bij deze sojateelt wordt onder meer geen bos gekapt en wordt er aandacht besteed aan arbeidsomstandigheden. Ook wordt er geen onherstelbare schade aangebracht aan flora en fauna. Bedrijven als Campina, De Hoeve, Kwetters en Alpro Soja nemen duurzame soja af. Zij helpen hiermee het tropische regenwoud te behouden.


Duurzame initiatieven
The Round Table of Responsible Soy (RTRS) is een initiatief van verschillende NGO’s, banken, investeerders en maatschappelijke organisaties. Zij ontwikkelen criteria voor de sojaproductie op het gebied van duurzaamheid, economische en maatschappelijke aspecten en natuur en milieu. Een internationale werkgroep met vertegenwoordigers uit de sojaketen en maatschappelijke organisaties vergaderen enkele keren per jaar over hoe de criteria in uitvoering gebracht moeten worden. Nederlandse bedrijven en organisaties die RTRS ondersteunen zijn o.a. De Nederlandse Soja Coalitie, Nutreco, Cehalve landbouwbelang, Cefetra, VION, Friesland Foods, Campina en AHOLD.


Anti slavernij
In Brazilië is een antislavernij akkoord gesloten. Dit is ontwikkeld door het instituut ‘Ethos’, dat zich bezighoudt met duurzame ontwikkeling, Reporter Brazil, een organisatie die ketenstudies uitvoert, en het International Labour Organisation (ILO). In mei 2005 is dit verdrag getekend door vele sojabedrijven in Zuid-Amerika. Door dit te ondertekenen verplicht een bedrijf zichzelf geen grondstoffen / producten te kopen waarbij slavernij bij betrokken is. Dit verdrag blijkt niet 100% te werken. Er zijn gevallen bekend van handelaren die bij sojabedrijven hebben gekocht die op de zwarte lijst staan. Op de zwarte lijst staan bedrijven die niet slavernij vrij zijn. Het is bijna zeker dat deze soja ook in Nederland is gekomen. Het antislavernij akkoord is desondanks een stap in de goede richting.

 

Amazone Moratorium
De Braziliaanse soja-industrie heeft in samenwerking met diverse maatschappelijke organisaties het Amazone Moratorium ingesteld. In dit Moratorium is vastgelegd dat twee jaar lang geen soja wordt verhandeld uit gebieden die na juli 2006 zijn ontbost. Het is een internationaal akkoord dat na een intensieve campagne van Greenpeace is bereikt. Het Moratorium kwam tot stand doordat Greenpeace een alliantie heeft gesloten met voedselproducenten en supermarktketens. Samen eisten zij duurzame soja van de grote sojabedrijven. De sojabedrijven (Cargill, Bunge, ADM en Amaggi) beantwoorden dit waardoor het Moratorium tot stand kwam.

belangrijkste productielanden:

1.    Verenigde Staten
2.    Brazilië
3.    Argentinië
4.    China
5.    India

Nederland importeert van:

1.    Brazilië
2.    Verenigde Staten
3.    Paraguay
4.    Canada
5.    België

marktleiders:

1.    Cargill
2.    Archer Daniels Midland (ADM)
3.    Bunge
4.    Louis Dreyfuss
5.    Andre Maggi