|
|
|
producten
|
- De grote bananenbedrijven en supermarktketens proberen de prijs van bananen zo laag mogelijk te krijgen. Bananen zijn populair bij de consument, liggen vaak bij het begin van de winkel en worden vaak meegenomen bij prijsvergelijkingen tussen verschillende supermarkten. Als de bananen goedkoop zijn, lijkt daardoor de hele supermarkt goedkoop. Omdat de supermarkten en bananenbedrijven wel winst willen blijven maken op bananen, worden prijsverlagingen doorberekend aan de producerende boeren.
- De lonen voor arbeiders op plantages zijn erg laag en de werkomstandigheden slecht. Ze worden vaak niet per uur maar per stuk betaald, waardoor ze vaak veel langer dan 8 uur per dag moeten werken om het minimumloon te verdienen. Zelfs kinderen worden aan het werk gezet om het gezinsinkomen aan te vullen. Het gebruik van scherpe messen en chemische bestrijdingsmiddelen is gevaarlijk voor de gezondheid. Medische hulp is meestal niet aanwezig.
- Het telen en verwerken van de bananen is zeer slecht voor het milieu. Water raakt vervuild door het gebruik van bestrijdingsmiddelen en door arbeiders die gedwongen zijn het water als rioolsysteem te gebruiken. Oorspronkelijke begroeiing wordt weggevaagd en daarmee ook de dieren die hiervan afhankelijk zijn. Daarnaast wordt veel plastic gebruikt om de bananen mee te verpakken, wat zorgt voor grote bergen afval.
- Het vormen van vakbonden wordt vaak actief ontmoedigd. Veel arbeiders werken onder een tijdelijk contract en zijn dus niet zeker van werk. Daarom kunnen ze het zich niet veroorloven bij een vakbond aan te sluiten. Arbeiders die zich wel aansluiten bij een vakbond riskeren ontslagen te worden en kunnen dan vaak niet meer bij andere plantages aan de slag. Stakingen worden vaak op een gewelddadige manier beëindigd.
- Het importbeleid van de EU bevoordeelt bepaalde landen uit Afrika en het Caribische en Pacifische gebied. Zij mogen tot 775 duizend ton bananen gratis invoeren, terwijl andere landen €176 per ton moeten betalen om de EU binnen te kunnen komen. Zuid Amerikaanse landen zoals Ecuador, Honduras, Colombia en Guatamala zien dit als oneerlijk en hebben een klacht ingediend bij de Wereld Handelsorganisatie.
|
|