• Door het intensieve gebruik van water bij het verbouwen van haricots verts, is er sprake van een dalende grondwaterspiegel in gebieden in bijvoorbeeld Kenia en Senegal. Hierdoor wordt het voor lokale boeren steeds lastiger om hun eigen gewassen te verbouwen. Soms pakken lokale inwoners hun boeltje en verkassen ze naar een plek waar ze beter hun producten kunnen verbouwen. Doordat er zoveel water nodig is om de bonen te verbouwen, worden ze daar vaak toe gedwongen.
• Het komt nog regelmatig voor dat er bij het verbouwen van haricots verts gewerkt wordt met giftige bestrijdingsmiddelen, die in het water, de lucht en de aarde van ontwikkelingslanden terechtkomen. Bij het gebruik van deze chemische middelen dragen arbeiders zelden beschermende kleding. Het mengen van de bestrijdingsmiddelen gebeurt bovendien vaak in de buurt van water, dat daardoor vaak besmet raakt.
• Afrikaanse boeren en plantagearbeiders verdienen gemiddeld minder dan een euro per dag. Ook de werktijden houden niet over: dagen van twaalf uur arbeid zijn geen uitzondering. Arbeiders blijven werken tot ze de vastgestelde doelen van de werkdag, bijvoorbeeld het oogsten van een bepaalde hoeveelheid haricots verts, hebben gehaald. In de groentesector in Afrika werken vooral vrouwen. Miriam, een plantagearbeidster uit Kenia, vertelt dat ze ’s ochtends om half zes met een truck wordt opgehaald om te gaan werken. Een uurtje later begint ze met werken, als ze geluk heeft mag ze om zeven uur ’s avonds stoppen. Maar als de doelen van de dag niet gehaald zijn, dan is ze soms pas rond middernacht klaar. De volgende ochtend staat de truck weer om half zes op haar te wachten.