producten
 aanmelden nieuwsbrief

keten

 

Ontwikkelingsland – plantage
Palmen worden vooral op plantages verbouwd van 15.000 ha. Kleinschalige productie komt ook voor. 37 à 40% van de palmolieplantages is in het bezit van kleinere boeren. De palmolie wordt gewonnen uit de vruchten van de palm.

Ontwikkelingsland – verwerking en export
Na de oogst worden de vruchten per truck getransporteerd naar een verwerkingsfabriek. Hier worden ze verwerkt tot onbewerkte palmolie. Dit moet binnen 48 uur gebeuren, omdat de vruchten anders niet meer te gebruiken zijn. Daarom zijn de fabrieken vaak dicht in de buurt van de plantages te vinden. Vervolgens gaat de onbewerkte olie naar een raffinaderij, waar de palmolie gemaakt wordt. Dit gebeurt soms in het ontwikkelingsland zelf en soms in het Westen. Het transport van de olie gebeurt per schip.

Het Westen – import en verwerking
De meeste palmolie wordt uitgevoerd naar de EU en India. De haven van Rotterdam is in Europa de grootste opslagplaats van ruwe palmolie. Binnen de EU is Nederland de voornaamste afnemer en verwerker van palmolie. Hier wordt de ruwe olie vaak nog verwerkt in raffinaderijen. Het eindproduct palmolie wordt als ingrediënt gebruikt in voedsel- of verzorgingsproducten.

Het Westen - detailhandel
In de supermarkt treffen we allemaal producten aan waar palmolie in zit. Dit kunnen chips en koekjes zijn maar ook bakolie. Ook voor non-food wordt palmolie gebruikt. Zo wordt hier zeep, shampoo en waspoeder van gemaakt en zelfs biobrandstof.

 

problemen


Werkomstandigheden
Volgens een rapport van het AIDEnvironment, hebben werknemers in de palmolie industrie in Maleisië en Indonesië een laag salaris. Dit in tegenstelling tot de grote inkomsten uit de palmolie-industrie. Het AIDEnvironment is een non-profit onderzoeks- en adviesbureau en zet zich in voor de natuur en een duurzaam beheer van de natuur. Arbeiders op de palmolieplantages en in de fabrieken in de ontwikkelingslanden doen hun werk vaak onder slechte omstandigheden.


Kinderarbeid
Volgens rapport van het AIDEnvironment worden in Indonesië kinderen van 6 – 12 jaar ingezet voor het oprapen van palmvruchten uit gevallen trossen en het opstapelen van bladeren. Kinderen werken in de buurt van hun ouders die het land besproeien met voor de gezondheid slechte pesticiden. Daarnaast dragen deze kinderen geen beschermende kleding waardoor zij last hebben van sneden en schaafwonden.
De reden dat kinderen moeten werken op de plantages is het lage salaris dat de ouders krijgen. De opbrengst moet hoog genoeg zijn om het gezin te onderhouden dus zetten ouders hun kinderen in.


Ontbossing
In de landen rondom de evenaar wordt vaak een grote hoeveelheid regenwoud gekapt om plek voor een palmolieplantage vrij te maken. Steeds meer Westerse landen zijn geïnteresseerd in palmolie als biobrandstof. De keerzijde hiervan is dat door de toenemende vraag naar palmolie ook steeds meer bos gekapt wordt. Hierdoor wordt verlies aan biodiversiteit en het broeikaseffect gestimuleerd.


Dominante marktpositie
Plantages met een molen misbruiken soms hun machtspositie. Niet alle plantages in Indonesië hebben zelf een molen waarmee palmolievruchten verwerkt (gecrushed) moeten worden. Kleine boeren hebben geen geld om een molen te kopen. Daarom brengen kleine boeren hun palmvruchten naar grotere plantages waar ze de palmvruchten kunnen crushen. Dit is uiteraard tegen betaling. Het komt voor dat boeren geen overeenkomst met een plantage hebben. Er is vaak geen tijd andere plantages te bereiken waardoor de kwaliteit van de palmvrucht achteruit gaat.


Vervuiling door ‘Palm Oil Mill Effluent (POME)
Er is geen geschikte manier voor het afvoeren van Palm Oil Mill Effluent (POME). POME is een mengsel wat overblijft na het crushen van de palmvruchten. Het bestaat uit water, gemalen schil en een overblijfsel van vet. Vervuiling van rivieren, dode vissen en vervuiling van drinkwater wordt door het afvoeren van POME regelmatig gerapporteerd. Het International Institute of Environmental and Development (IIED) bevestigt dat POME de kwaliteit van rivieren ernstig beschadigd. Vele molens zijn afhankelijk van het afvoeren van POME in rivieren omdat afvoeren op een andere manier duur is. Er worden ook wel bassins gebruikt om POME in op te slaan. Deze bassins stromen geregeld over wanneer het regent en dragen bij aan de vorming van CO2 en methaangas. Deze manier van afvoeren is dus net als afvoeren in de rivier niet geschikt.


Corruptie
Corruptie komt op grote schaal voor in Maleisië en vooral Indonesië. Uit het rapport ‘Losing Ground’, gemaakt door Friends of the Earth, LifeMosaic en Sawit Watch komt naar voren dat bedrijven geregeld lokale overheden afpersen. Zij betalen smeergeld om toestemming te krijgen voor het beginnen van een plantage. Volgens een expert is het een publiek geheim dat daarom invoering van een legaal systeem langzaam gaat.


Bestrijdingsmiddelen
In Maleisië en Indonesië gebruiken plantage arbeiders het herbicide Paraquat. Dit is een giftig middel voor de onkruidbestrijding en is gevaarlijk voor mensen en dieren. In Europa is dit middel daarom verboden. Mensen die het middel gebruiken en onvoldoende beschermende kleding dragen kunnen ziek worden en zelfs overlijden. Het Paraquat Information Centre geeft aan dat het niet gevaarlijk is, mits de instructies gevolgd worden. De instructies zijn juist het probleem. Vooral bij kleine boeren ontbreekt kennis over veilig gebruik van Paraquat.


Oneerlijke overeenkomsten bij grondbezitters
In Maleisië en Indonesië nemen kleine boeren 37 à 40% van de palmolie plantages in. In Indonesië worden vaak vergunningen verstrekt om een plantage te starten, zonder dat lokale bewoners daarvoor toestemming hebben gegeven. De bewoners worden dan vaak tegen hun zin gedwongen het land te verlaten of aan de slag te gaan als plantagearbeider.

 

successen

 

Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO)
In 2001 ontstond bij het Wereld Natuur Fonds (WWF) het idee om een vereniging op te richten die gaat voor het verduurzamen van de palmolie sector. In samenwerking met verschillende organisaties in de palmolie industrie werd Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) opgericht. Zij ontwikkelen criteria die de productie en het gebruik van palmolie verbeteren. Ook ontwikkelen zij oplossingen voor problemen bij bijvoorbeeld de logistiek en het management van plantages. Daarnaast zorgen zij voor de financiering van projecten ter verduurzaming van de palmolie productie.

 

De criteria zijn:

•    Transparant zijn
•    In achtneming van de wet en statuten
•    Streven naar haalbaarheid van goede lange termijn economie en financiën
•    Optimale uitoefening van werk door boeren en molenaren
•    Verantwoordelijke omgang met natuur en biodiversiteit
•    Verantwoordelijke omgang met werknemers
•    Verantwoordelijke ontwikkeling van nieuwe beplanting
•    Toewijding aan continue verbetering van werkgebieden

 

Partnership Palm Oil (PPO)
In 2003 is het Partnership Palm Oil (PPO) opgericht door de overheid van Maleisië, Indonesië en Nederland. Het Framework of the World Summit of Sustainable Development en verschillende NGO’s aan bedrijven in de olie en vet-industrie nemen hierin deel. Het doel is de productieketen duurzaam te maken. Plantagemanagers worden bijgeschoold over het zorgen voor een duurzame productie. Ook verkrijgen zij kennis met betrekking tot het duurzaam omspringen met bos. Hierbij worden de RSPO criteria gebruikt.

Ontbossing onder controle
De ontbossing in Maleisië is sinds 2007 onder controle dankzij het RSPO. Volgens het Malaysian Palm Oil Board (MPOB) heeft de Maleisische regering actie ondernomen om het biodiverse bos te behouden. Er is 2,1 van de 19,4 miljoen hectare is bestemd voor natuurparken en reservaten. Deze gebieden zijn door het land verspreid en worden beschermd door de overheid. Niet alle NGO’s zijn het er overigens mee eens dat in Maleisië de ontbossing onder controle is.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)
Multinationals als IOI/Loders, Croklaan en Cargill helpen bij het bouwen van scholen en geven van educatie aan kinderen. Ook zorgen zij voor medische faciliteiten voor werknemers en hun families. De meeste bedrijven registreren in rapporten de problemen die zij ondervinden rondom duurzaamheid. Zij zijn zich bewust van deze problemen en schrijven over hoe zij deze willen tegengaan. Hierbij wordt gekeken naar de RSPO criteria. 

 

 

 

 

 

 

 

 

belangrijkste productielanden:

1.    Maleisië
2.    Indonesië
3.    Nigeria
4.    Thailand
5.    Colombia

Nederland importeert van:

1.    Maleisië
2.    indonesie
3.    Frankrijk
4.    Nieuw Guinea
5.    Duitsland

belangrijke spelers:

1.    Unilever
2.    Bestfoods
3.    Lever Faberge
4.    ICI/Uniqema
5.    Tesco