De pinda is een peulvrucht. Dit klinkt misschien vreemd, omdat we de pinda ook kennen onder de namen olienoot, aardnoot of apennoot. Maar de pinda is eigenlijk een soort boon. Een veelzijdige boon, want pinda’s worden in allerlei producten als pindakaas en koekjes verwerkt. Daarnaast eten we ze vaak gezouten als snack of tussendoortje. Maar hoe veelzijdig de pinda ook is, het werk in de pinda-industrie is dat meestal niet. Het kan zelfs erg gevaarlijk en zwaar zijn.
Ontwikkelingsland – Boerderij
De naam ‘aardnoot’ heeft de pinda waarschijnlijk gekregen omdat hij onder de grond rijpt. De stengel waaraan de vrucht zit, boort zich in de grond. Daar ontkiemt de vrucht en is hij klaar om geoogst te worden. De omstandigheden waarin de pinda geteeld wordt verschillen nogal per land. In de Verenigde Staten is de productie bijna helemaal geautomatiseerd, maar in een land als India gebeurt nog bijna alles met de hand.
Ontwikkelingsland - Verwerking en export
De net geoogste vruchten bestaan nog voor een kwart tot de helft uit vocht. Daarom moeten ze drogen, zodat er nog maar 10% vocht overblijft. Na het drogen kunnen de pinda’s in lokale fabrieken verwerkt worden tot olie of worden ze gebrand. Ze kunnen ook worden vermalen, om vervolgens gebruikt te kunnen worden voor pindakaas.
Westen - Import en Verwerking
De pinda’s worden voornamelijk over zee vervoerd naar landen die ze importeren. De EU is verreweg de grootste afnemer van pinda’s ter wereld: zo’n 43% van de pindaproductie komt in Europa terecht. Het komt ook wel voor dat de eindproductie van de pinda’s tot producten als pindakaas in het westen plaatsvindt.
Westen – Detailhandel
De pinda’s komen in verschillende producten als pindakaas, olie en koekjes terecht. Deze producten kopen we vervolgens in de supermarkt.
Deze gegevens zijn afkomstig uit het 'Fairfood Sector report Peanut 2007'.