producten
 aanmelden nieuwsbrief

keten


Ontwikkelingsland – boerderij

De naam ‘aardnoot’ heeft de pinda gekregen omdat hij onder de grond rijpt. De pinda groeit het best in droge losse zandgrond met een lage zuurgraad. De vruchten zijn namelijk vatbaar voor schimmels. De stengel waaraan de bloemetjes met zaadjes zitten, boren zich in de grond. Daar ontkiemen de zaadjes en groeien in 4 à 5 maanden uit tot pinda’s.


Ontwikkelingsland - verwerking en export
De net geoogste vruchten bestaan nog voor een kwart tot de helft uit vocht. Daarom moeten ze drogen, zodat er nog maar 10% vocht overblijft. Na het drogen kunnen de pinda’s in lokale fabrieken verwerkt worden tot olie of worden ze gebrand. Ze kunnen ook worden vermalen tot pindakaas. De omstandigheden waarin de pinda geteeld wordt verschillen nogal per land. In de Verenigde Staten is de productie bijna helemaal geautomatiseerd, maar in een land als India gebeurt nog bijna alles met de hand.


Westen - import en Verwerking
De pinda’s worden voornamelijk over zee vervoerd naar landen die ze importeren. De EU is verreweg de grootste afnemer van pinda’s ter wereld: ongeveer 43% van de pindaproductie komt in Europa terecht. Het komt ook wel voor dat de verwerking van de pinda’s in het Westen plaatsvindt.


Westen – Detailhandel
De pinda’s komen in verschillende producten als pindakaas, olie en koekjes terecht. Deze producten kopen we vervolgens in de supermarkt.

problemen

 

Technologische middelen
In Afrika en India is de pinda opbrengst lager dan in de Verenigde Staten en China. Dit komt doordat Afrikaanse en bepaalde Aziatische landen veel minder technologische middelen tot hun beschikking hebben voor de verwerking van pinda’s.

 

Dalende markt
De pindaolie markt in Senegal is kleiner geworden. Senegal is het land met de grootste export in pindaolie ter wereld. In plaats van pindaolie wordt er steeds meer soja- en palmolie gebruikt als plantaardige olie. Er zijn drie grote pindaolie producenten in Senegal. Volgens de directeur van het grootste bedrijf is de export tussen 1968 en 2005 gedaald van 300 miljoen tot 60 miljoen liter per jaar.


Concurrerende landen
In grote pindaproducerende landen als India en China neemt de overheid maatregelen die eerlijke concurrentie ernstig beperken. Zo bestaan er in India enorm hoge invoerrechten voor pinda’s en subsidieert de Chinese overheid haar nationale pindaproducenten flink. Door deze maatregelen is het voor Afrikaanse landen als Senegal, Malawi en Gambia erg moeilijk een rol te spelen in de wereldwijde pindamarkt. Dit terwijl de pindaproductie voor die landen een erg belangrijke bron van inkomsten is: in Senegal en Gambia beslaan pinda’s ongeveer 60% van de totale verbouwde gewassen, in Gambia verbouwt ongeveer driekwart van de boeren pinda’s en in Senegal werken maar liefst 1 miljoen mensen in de pindaproductie.

 

successen


Technologische ontwikkelingen
De Canadees Jock Brandis van ‘The Full Belly Project’ ontwikkelde een pelmachine voor pinda’s na bezoek aan Mali. Daar zag hij dat het pellen verlicht kon worden als er een goede machine zou zijn. Pinda’s pellen is werk dat traditioneel door vrouwen beoefend wordt. Hij vond een simpele sterke en goedkope machine uit die 40 keer sneller kon pellen. Door de pelmachine konden de pindaboeren grootschaliger produceren en meer opbrengst creëren. The Full Belly Project is een internationale non-profit ontwikkelingsorganisatie. Zij geven instructies aan pindaproducenten in verschillende landen over hoe deze pelmachine te bouwen.

belangrijkste productielanden:

1.    China
2.    India
3.    Nigeria
4.    Verenigde Staten
5.    Indonesië

Nederland importeert van:

1.    Argentinië
2.    China
3.    Verenigde Staten
4.    India
5.    Brazilië

belangrijke spelers:

1.    The Nut Company
2.    Menken Orlando
3.    Duyvis