|
|
|
producten
|
|
|
- In El Salvador zou het minimumloon met 30% verhoogd moeten worden om in het levensonderhoud van werknemers te voorzien. Arbeiders verdienen nu niet genoeg om zelf voldoende te eten, laat staan dat zij hun kinderen kunnen onderhouden. Heel veel kinderen in El Salvador moeten daarom net als hun ouders gevaarlijk werk verrichten op de plantages.
- In de Dominicaanse Republiek werken veel Haïtianen als slaven. De bewoners van Haïti worden tegen hun wil meegenomen om te werken op de suikerplantages. Hier worden ze door het Dominicaanse leger gedwongen om te werken. Deze soldaten gebruiken veel psychisch, lichamelijk en seksueel geweld tegen de slaven.
- In Brazilië worden werknemers geworven met mooie praatjes over hoge salarissen. Eenmaal aangekomen op de plantages, moeten de werknemers echter betalen voor de huur van huizen, het gebruik van materiaal en andere kosten. Hierdoor beginnen ze te werken met een schuld die met het loon dat ze verdienen niet meer valt af te lossen. Zo worden ze gedwongen op die plantage te blijven werken.
- Suikerriet kappen is extreem gevaarlijk werk. Suikerrietkappers houden het gemiddeld slechts twaalf jaar vol. Gedurende die tijd lopen ze teveel verwondingen op om daarna nog verder te kunnen. In El Salvador beginnen sommige kinderen al op hun achtste; dit betekent dat zij na hun twintigste waarschijnlijk al niet meer in staat zijn te werken.
- Strenge controle en regels in de EU maken het moeilijk voor ontwikkelingslanden om het ruwe suikerriet in verwerkte vorm te exporteren. Hierdoor (onder meer) blijft de export beperkt tot ruwe suiker. De toegevoegde waarde die ontstaat bij het verwerken van ruwe suiker tot suiker voor dagelijks gebruik, komt nu vooral in het Westen terecht.
|
|
|
|