producten
 aanmelden nieuwsbrief

keten

 

Ontwikkelingsland – Boerderij / Plantage
De struik gedijt alleen in een subtropisch klimaat, met temperaturen tussen de 10 en 30 graden Celsius. Na vier jaar kan thee worden geoogst. Om de 7 à 10 dagen worden van de toppen van de theestruik de eerste twee, drie of vier blaadjes handmatig geplukt. Sommige theeplanten kunnen, ook bij veel oogsten wel honderd jaar oud worden.


Aangezien theebouw veel land gebruikt, bevinden de plantages zich meestal in dun bevolkte gebieden. Daardoor zijn complete nederzettingen ontstaan waar theeplukkers en hun gezinnen ook naar school gaan. Tegenwoordig wordt de struik ook vaak gekapt en in kwekerijen geplant. Hierdoor zijn ze minder kwetsbaar voor weersomstandigheden.


Ontwikkelingsland – Verwerking en export
Na de pluk worden de theeblaadjes in fabrieken te drogen gelegd. Dit heet verflensen. Vervolgens worden de gedroogde blaadjes gekneusd. Dit wordt rollen genoemd. Bij dit rollen komen sappen vrij die gaan gisten of fermenteren. Op een bepaald moment wordt dit fermentatieproces stop gezet zodat de theeblaadjes drogen. Nu kleurt het groenachtige theeblaadje donker en ontstaat zwarte thee. De belangrijkste theesoorten zijn zwarte en groene thee. Het soort thee hangt van het productieproces af. Zo wordt groene thee voor het rollen, gestoomd in een pan met water.


Na het bewerken wordt de thee op grootte gesorteerd met schudzeven. Voor zowel losse thee als thee voor theezakjes worden diverse sorteringen gemaakt. Vervolgens wordt de thee verpakt en vervoerd in grote triplexkisten of papieren zakken. Dan wordt de thee over de hele wereld verscheept.


Westen – Import en verwerking
Thee wordt niet in Nederland verbouwd dus moet wel geïmporteerd worden. De meeste kisten met thee gaan naar Nederlandse theepakkers. Theepakkers hebben theeproevers in dienst die de theesoorten proeven en beoordelen. Zij stellen ook melanges samen en aromatiseren de thee. Bij aromatiseren wordt een bepaald smaakje aan de thee toegevoegd. Zo wordt aardbeienthee of jasmijnthee gemaakt. Veel thee wordt na haar beoordeling verpakt en geëxporteerd naar andere landen. Nederland importeert niet de meeste thee van de twee grootste thee producerende landen (China en India), omdat deze landen vooral voor eigen consumptie produceren. Wel importeert Nederland van Indonesië en Sri Lanka. Deze thee bereikt Nederland via Duitsland. Duitsland is het snelst groeiende EU land op de theemarkt, zij richt zich meer op thee met hogere kwaliteit.


Westen – detailhandel
Volgens de vereniging van Nederlandse koffiebranders en theepakkers (VNKT) drinkt 90% van de Nederlanders thee. In 2006 dronk men in Nederland gemiddeld 100 liter thee per persoon. In 2004 exporteerde Nederland volgens CBS gegevens 12.025 ton thee (2003: 10.116 ton).

problemen

 

Dominerende marktleiders
De thee-industrie wordt beheerst door zeven multinationals. Deze laten de vermenging en eindverpakking uitvoeren in de EU. Mengsels van soms wel 35 soorten zijn zo samengesteld dat de smaak constant blijft. Daardoor kan een merkeigenaar gemakkelijk van leverancier veranderen indien er iets niet in orde is. Slachtoffers van deze macht zijn de plaatselijke theeboeren, die immers bij een slechte oogst simpelweg achter het net vissen. Theeboeren hebben onvoldoende macht en kennis om invloed te hebben op de prijs.


Arbeidsloon
De arbeidskosten zorgen voor meer dan de helft van de totale productiekosten. Ongeveer 70% daarvan zit in het plukken. Wereldwijd zijn de lonen in de theebranche relatief laag zowel op landelijk als op sectorniveau. Onzekerheid van werk is een ander groot probleem, dat voorkomt uit dalende prijs op de theemarkt. Zelfs vaste medewerkers van een plantage worden alleen betaald voor gewerkte dagen. Het groeiende aantal tijdelijke krachten heeft geen zekerheid en een nog lager loon. Ook de sluiting van plantages door de dalende prijzen berooft veel arbeiders van een dagelijks inkomen.


Arbeidsomstandigheden
Theeplukkers dragen vaak geen bescherming tijdens hun lange dagen. Ook het gewicht van de manden levert allerlei klachten aan nek en rug op. Verder zijn insectenbeten, gevaarlijk gereedschap en opjuttende opzichters dagelijkse kost. Er zijn zelden artsen in de buurt, omdat plantages ver van de bewoonde wereld liggen.


Milieu
Eenzijdige en grootschalige theebouw en het gebruik van pesticiden putten de grond uit. De biodiversiteit loopt hierdoor snel terug. Kunstmest wordt ingezet zodat er genoeg geproduceerd kan worden. De theestruiken zijn hierdoor gevoeliger voor schimmels en ziekten, waardoor bestrijdingsmiddelen nodig zijn. Deze brengen zware schade toe aan de grond. Voor het ontginnen van nieuwe grond worden vervolgens veel bomen gekapt.

 

Verhindering meerwaarde toevoegen
Theeproducerende landen kunnen geen activiteiten ondernemen die meerwaarde toevoegen aan de thee. Meerwaarde als het samenstellen van melanges en aromatiseren van thee. Dit komt door onvoldoende informatie over de markt, inadequate marketingstrategieën en gebrek aan financiën.  

 

successen

 

Keurmerk
De Ethical Tea Partnership (ETP) begon in 1997 onder de naam ‘Tea Sourcing Partnership’. Deze vereniging die in 2004 zijn naam veranderde in ETP kwam voort uit Britse theepakkers die dezelfde peilers deelden. Inmiddels zijn 22 theepakkers uit Europa, Noord-Amerika en Australië verenigd. Zij gaan voor bevordering van eerlijke theehandel op het sociale vlak. De peilers van de ETP-norm zijn onder meer vrijheid van vereniging, gezondheid en veiligheid, geen kinderarbeid, rechtvaardige beloning en geen discriminatie.


Biologische theeproductie
Er wordt steeds meer thee op biologische wijze geproduceerd. Dit betekent dat uitsluitend biologische mest wordt gebruikt en nooit pesticiden. Zo blijven zowel de grond als de plukkers vrij van vergiftiging. De gezonde aarde vertraagt bovendien de groei van de theestruik. Dit komt de kwaliteit van de blaadjes ten goede. Ziektes en insecten worden op natuurlijke wijze aangepakt.


Max Havelaar
Het Max Havelaar keurmerk voor Fairtrade garandeert consumenten dat de producten of grondstoffen tegen eerlijke handelsvoorwaarden zijn ingekocht. Coöperaties van kleine boeren en plantagearbeiders in ontwikkelingslanden kunnen zichzelf versterken en een betere internationale handelspositie krijgen. Er zijn tien landen waar Max Havelaar thee geproduceerd wordt.


Milieuherstel
In Sri Lanka wordt steeds meer aan analoge bosbouw gedaan. Deze vorm van gewassen verbouwen zorgt voor een sneller herstel van het land. Een theeplantage is een monocultuur waar het land van uitput. Bij analoge productie herstellen ze het land door een combinatie van planten en bomen neer te zetten. Thee wordt hier ook in rijen tussen geplant. Hierdoor is minder ontbossing nodig en wordt de biodiversiteit bevorderd. Men kan het hele jaar door van verschillende planten en bomen oogsten. Boeren die deze methode gebruiken, mogen hun producten het keurmerk Forest Garden Products (FGP) geven. Deze thee is nog niet in Nederland te koop.


Initiatief voor duurzaamheid
In 2006 heeft Unilever, Nederlands grootste importeur van zwarte thee, de Good Agricultural Practice Guidelines ontwikkelt. Zij voeren controles op water- en energieverbruik uit en kijken daarbij naar het gebruik van pesticiden en de biodiversiteit. Ook is er aandacht voor arbeidsomstandigheden. Naar schatting bestrijkt Unilever met haar controles 450.000 kleine theeboeren en één miljoen plukkers.

belangrijkste productielanden:

1.    China
2.    India
3.    Kenia
4.    Sri Lanka
5.    Turkije
6.    Indonesië

Nederland importeert van:

1.    Indonesië
2.    Sri Lanka
3.    Duitsland
4.    Malawi
5.    Argentinië

belangrijke spelers:

1.    Unilever
2.    Sara Lee
3.    Simon Lévelt
4.    Max Havelaar
5.    Twinings